Hipper gebruiken

Hier leest u waarom u Hipper gebruikt en wat hipper precies is. Om uw personeel te trainen om de ehealth oplossing Hipper te gebruiken, kunt u informatie vinden op de pagina over de cursus voor therapeuten.

Waarom Hipper gebruiken

Ontdek hoe u op afstand dichterbij uw revalidant kunt zijn met Hipper. Met Hipper kunt u door sensor monitoring objectief meten hoe actief uw revalidant is. Hipper levert een behandelprotocol, activiteitenmonitor en coaching.

De data van de Hipper activiteitenmonitor wordt via een beveiligde webapplicatie in grafieken weergegeven en is daarom eenvoudig uit te lezen door fysio- en ergotherapeuten. Het behandelprotocol is gebaseerd op principes van Cognitief Gedragsmatige Therapie (CBT) en Motivational Interviewing. Hipper wordt ingezet bij de geriatrische revalidatie van ouderen bijvoorbeeld na een heupoperatie. Dit kan bijvoorbeeld zijn na een val of bij slijtage van gewrichten. De Hipper is ook goed inzetbaar bij revalidanten met COPD, hartklachten, Parkinson en CVA.

Vergroot zelfmanagement bij uw patiënt

Het voornaamste doel van Hipper is om ouderen te stimuleren om de regie in eigen hand te nemen. Dit houdt in dat de revalidant en zorgprofessional samen bepalen welke behandeling het beste past. Veel ouderen hebben na een heupfractuur te maken met beperkingen die van invloed zijn op hun dagelijks leven. Valangst zorgt ervoor dat ouderen minder bewegen en (sociale) activiteiten afnemen. Het gevolg is dat ouderen geïsoleerd raken en vereenzamen. Daarnaast is het zo dat door de afname in fysieke activiteiten revalidanten minder goed herstellen.

Wanneer ouderen weten dat zij hun voortgang zelf kunnen bijhouden aan de hand van de sensor data, neemt het zelfvertrouwen toe. Dit zelfvertrouwen zorgt ervoor dat zij bezig blijven en niet vereenzamen.

Gedurende de revalidatie opname in een zorginstelling vindt de coaching minimaal één keer per week plaats. Na ontslag neemt de revalidant de Hipper mee en worden sensoren thuis bij de revalidant thuis geïnstalleerd. Tijdens dit revalidatietraject vinden er huisbezoeken en telefonische contactmomenten plaats. De contactmomenten worden als volgt ingevuld:

  1.     Educatie over het belang van bewegen en fysieke activiteiten van het dagelijks leven;
  2.     Inzicht krijgen in de activiteiten die dagelijks uitgevoerd worden;
  3.     Realistische doelstellingen;
  4.     Activiteitenplannen, oppakken en oefenen;
  5.     Feedback.

Gerichter behandelen

Het is cruciaal dat ouderen in beweging blijven en zo lang mogelijk hun dagelijkse activiteiten kunnen doen, zoals;

  •     het lopen in- en om het huis,
  •     traplopen,
  •     het huishouden,
  •     maaltijden klaarmaken en
  •     erop uit gaan om sociale contacten te onderhouden.

Met Hipper krijgt u en de revalidant meer zicht op de voortgang van de revalidatie bij deze activiteiten. Zonder Hipper verkrijgt u aan de hand van gesprekken een beeld over het functioneren van de revalidant. Met de Hipper gaat u gesprekken in aan de hand van objectieve data die u samen met de revalidant bekijkt op de webapplicatie. Aan de hand van de sensordata kan ook op afstand op tijd ingesprongen worden wanneer blijkt dat de revalidant achteruit gaat in zijn dagelijks functioneren. U kunt dan adequate beslissingen nemen met als doel het functioneren te verbeteren. Dit leidt tot efficiëntie omdat er gericht behandeld kan worden.

 

Wat is Hipper

Hipper bestaat uit een behandelprotocol voor cliënten binnen de geriatrische revalidatie, een activiteitenmonitor, scholing en een helpdeskfunctie. In dit behandelprotocol wordt gebruik gemaakt van sensortechnologie.

De cliënten dragen een activiteitenmonitor (PAM-sensor) die meet hoe actief cliënten zijn. Na ontslag uit de GRZ blijft de cliënt nog een tijdje de PAM dragen totdat de revalidatie thuis is afgelopen. Deze gegevens zijn inzichtelijk voor de zorgprofessional en cliënt en worden gebruikt in de behandeling.

Activiteitenmonitor

Hipper maakt gebruik van een draagbare sensor die de fysieke activiteit meet: de PAM-sensor (‘physical activity monitor’). Deze PAM-sensor registreert de hoeveelheid van bewegen en geeft inzicht in de intensiteit van bewegen gedurende de dag. De PAM sensor wordt vanaf de opname in de revalidatie instelling gedragen door de cliënt, en na ontslag voor enkele maanden ook thuis gebruikt.   

Hierdoor kan een goede een inschatting gemaakt worden wat de cliënt doet en hoe intensief dit is. Mogelijkheden van het systeem zijn:

  • De zorgprofessional kan de gegevens van de sensoren van de cliënt bekijken op een beveiligde website.  
  • De cliënt kan ook zelf naar de gegevens bekijken op een tablet.  

Behandelprotocol

Het behandelprotocol maakt onderscheid in drie fases tijdens de revalidatieperiode; de fase van intake, klinische revalidatie en thuis revalidatie. Vanuit de praktijk en literatuur blijkt dat er in de revalidatie-instelling een onderscheid wordt gemaakt tussen een kort en lang revalidatietraject. De keuze voor één van beide trajecten wordt meestal na twee weken bepaald door de zorgprofessionals. In beide trajecten is er een periode van een intakefase en een klinische revalidatie voordat de cliënten naar huis gaan. Vanaf het moment van opname in de intakefase in de revalidatie instelling draagt de cliënt de PAM-sensor zodat er meteen gemeten wordt hoe actief de cliënt is. Door de diversiteit in trajecten per cliënt is het verloop in de drie fasen per cliënt verschillend. Daarom, is het aan de zorgprofessional zelf om te bepalen in welke fase de cliënt zich bevindt.

In dit behandelprotocol wordt de relatie tussen de zorgprofessional en de cliënt gekenmerkt door een ‘shared decision making’ benadering. In deze benadering vormen kennis en informatie vanuit de zorgprofessional, cliënt en het sensorsysteem samen de basis voor de keuzes die de cliënt maakt ten aanzien van zijn revalidatieproces.  

In de drie fases van het protocol verandert de rol van de zorgprofessional van (gelijkwaardig) partner/expert naar facilitator van het proces van de cliënt. Dit betekent dat de begeleidende rol van de zorgprofessional afneemt en de rol en inbreng van de cliënt steeds groter wordt ten aanzien van de gemaakte behandelkeuzes gedurende de revalidatie. Wanneer de cliënt naar huis gaat is de rol van de zorgprofessional steeds geringer en kan de cliënt grotendeels zelf zijn activiteiten monitoren aan de hand van het sensorsysteem. Dit alles met het uiteindelijke doel om zelfstandig thuis te kunnen functioneren.

Diepgang over het behandelprotocol

Coaching

De ‘shared decision’ benadering en het 5A-model hebben invloed op de manier waarop de zorgprofessional contact heeft met de cliënt. De informatie uit het sensorsysteem is de input voor het gesprek met de cliënt waarbij gebruik wordt gemaakt van de gesprekstechniek ‘motivational interviewing’. Met deze gesprekstechniek helpt de zorgprofessional de cliënt ambivalenties te herkennen, met als doel de cliënt letterlijk en figuurlijk in beweging te laten komen. Kenmerkend voor deze techniek is dat de cliënt inzicht krijgt in een gezonde balans tussen belasting en belastbaarheid en dat deze de cliënt ondersteunt in het maken van kleine stappen richting zelfstandig thuis wonen. Om dit te bereiken waardeert de zorgprofessional elke aanzet tot activiteiten die de cliënt zelf al heeft ondernomen en heeft de zorgprofessional begrip voor de zienswijze van de cliënt. Op deze manier komen de cliënt en de zorgprofessional samen tot strategieën om om te gaan met barrières in activiteiten van het dagelijks leven. De gesprekstechniek is er dus op gericht om deze strategieën en barrières inzichtelijk te maken waarbij het sensorsysteem ondersteuning biedt. Hoe deze gesprekstechniek specifiek toe te passen bij deze doelgroep met het sensorsysteem wordt aangeleerd in de bijbehorende post-HBO cursus.

Bekijk voor meer informatie de cursuspagina.